Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.13.

Beperkingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2010.

De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond; indien er sprake is van bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken; de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; de belanghebbende de beschikking heeft over woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden; de belanghebbende verhuisd is naar woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden; de belanghebbende verhuisd is naar een Awbz-instelling/locatie of een andere instelling of locatie gericht op het verstrekken van zorg; er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden; de belanghebbende woonruimte zonder recht of titel bewoont, of bewoont op basis van een tijdelijke huurovereenkomst; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of uit de slechte staat van onderhoud van de woonruimte. 14 Beperking hoogte bedrag verhuis-en inrichtingskosten Indien de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen wordt 50% van de financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten, genoemd in artikel 4.3 onder a., verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel