De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:
- - de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond; indien er sprake is van bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken;
- - de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college;
- - deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen;
- - de belanghebbende de beschikking heeft over woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
- - de belanghebbende verhuisd is naar woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
- - de belanghebbende verhuisd is naar een Awbz-instelling/locatie of een andere instelling of locatie gericht op het verstrekken van zorg;
- - er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden;
- - de belanghebbende woonruimte zonder recht of titel bewoont, of bewoont op basis van een tijdelijke huurovereenkomst;
- - de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of uit de slechte staat van onderhoud van de woonruimte.
- - 14 Beperking hoogte bedrag verhuis-en inrichtingskosten
Indien de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen wordt 50% van de financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten, genoemd in artikel 4.3 onder a., verstrekt.