Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet komt voor de in artikel 4.1, onder b., c. en d. vermelde voorziening in aanmerking indien:
aantoonbare beperkingen een aanpassing aan de woning noodzakelijk maken; én
de algemene woonvoorziening, genoemd in artikel 4.2.1 niet aanwezig is of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.2
Recht op een individuele voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2010.