Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet komt voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.3 onder d in aanmerking, wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4.4
Een uitraasruimte
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2010.