Een besluit tot verlening van een voorziening wordt geheel of gedeeltelijk ingetrokken indien:
niet is voldaan aan één of meer voorwaarden, gesteld bij of krachtens deze verordening;
op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;
blijkt dat de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden;
achteraf blijkt, dat een aanspraak als bedoeld in artikel 1.3 onder g., te gelde wordt of kan worden gemaakt;
de voorziening niet dan wel niet adequaat gebruikt wordt.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.6
Intrekking van een voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2010.