Naar hoofdinhoud
Huishoudelijke ondersteuning is een maatwerkvoorziening, hierdoor kan niet precies worden uitgeschreven welke werkzaamheden voor alle inwoners gelden. Dit moet individueel worden onderzocht. Bij het onderzoek wordt ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp zoals beschreven in artikel 3 van de Beleidsregels WMO en jeugdhulp gemeente Heusden 2016. Welke resultaten met de daarbij behorende activiteiten en frequenties worden beschreven in de onderstaande artikelen onderverdeeld in Schoon en leefbaar huis en Persoonlijke ondersteuning. De frequenties die per activiteit zijn beschreven, zijn richtlijnen. De frequentie is bijvoorbeeld afhankelijk van: wat een cliënt of zijn/haar netwerk zelf kan of geleerd kan worden; wat de aard van de beperkingen van de cliënt is; in hoeverre er gebruik gemaakt kan worden van voorliggende voorzieningen (zoals maaltijdservice, boodschappendienst, was- en strijkservice of klussendienst). In het gesprek tussen de aanbieder en de cliënt wordt bepaald welke activiteiten inclusief de frequentie wordt aangehouden om het resultaat te behalen. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle ruimten/objecten wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis periodiek schoongemaakt moet worden, waardoor het dus niet vervuilt, om een zo algemeen aanvaardbaar niveau van schoon te realiseren. Daarnaast moet het huis opgeruimd en functioneel zijn, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Onder een algemeen aanvaardbaar niveau van schoon verstaan we: een niveau van schoon, net en georganiseerd, gericht op het stimuleren van zelfredzaamheid en participatie, dat past bij de situatie van de individuele inwoner. Daarbij kan worden gekeken naar de situatie van personen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen hebben. Om die reden moet de inwoner zich er soms bij neer leggen dat zijn verwachtingen ten aanzien van de huishoudelijk ondersteuning afwijken van de persoonlijke normen. Het onderhoud van een tuin en het verzorgen van huisdieren (niet zijnde hulphonden/dieren) of extra bevuiling als gevolg van een huisdier behoort in principe niet tot huishoudelijke ondersteuning. Dergelijke aspecten worden beschouwd als keuzes waarop de cliënt zelf invloed kan uitoefenen. Van de cliënt en/of zijn/haar sociaal netwerk wordt verwacht dat er medewerking wordt verleend aan een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent dat van de betrokkenen mag worden verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt aan het zo mogelijk voorbereiden van de was en dat de inrichting van de woning toestaat dat er op een efficiënte manier schoongemaakt kan worden. Zo kan worden gevraagd dat de inwoner, voordat de hulp komt, alvast wat spulletjes van het dressoir of de tafel afhaalt en het later weer terug plaatst. Of dat er wat spullen worden opgeruimd. De inwoner kan er voor kiezen om dit niet te doen, maar dat kan effect hebben op de wijze waarop wordt schoongemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel