Artikel 4
Ten aanzien van het ambtelijk mandaat geldt het volgende;
1. De in de lijst genoemde functionarissen zijn primair bevoegd.
2. De in lid 3 genoemde hiërarchisch hogere functionaris blijft bevoegd de via hem/haar in ondermandaat gegeven bevoegdheid uit te oefenen.
3. Met de hiërarchisch hogere functionaris wordt bedoeld:
de directie, dan wel de directeur;
de afdelingsmanager, voor zover de bevoegdheden zijn genoemd onder diens afdeling;
de teamleider, voor zover de bevoegdheden zijn genoemd onder diens team;
de projectleider buiten de lijn.
1) Bij afwezigheid van de functionarissen genoemd onder a en b is een bij besluit aangewezen plaatsvervanger bevoegd.
2) Bij afwezigheid van de functionarissen bedoeld onder c en d, alsmede de in de bevoegdhedenlijsten genoemde functionarissen, treedt de hiërarchisch hoger functionaris op als vervanger.
4. Het mandaat van functionarissen omvat zowel de beslissing als de ondertekening, tenzij in de bij dit besluit behorende lijsten anders is aangegeven.
Paragraaf
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van BEVOEGDHEDENBESLUIT 2016 College van Burgemeester en Wethouders