Naar hoofdinhoud
1.. Voor de segmenten genoemd in hoofdstuk 8, Bijzondere bepalingen, wordt de subsidie verleend op grond van een basisbedrag per segment en een ledensubsidie, gebaseerd op een bedrag per actief en contribuerend lid op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar of de subsidieperiode; tenzij uitdrukkelijk bepaald wordt dat de subsidie verleend wordt in de vorm van een afkoopsom ten behoeve van organisatie-, huisvestings- en activiteitenkosten. Binnen het onderdeel Amateurkunst- en cultuurbeoefening wordt verder voor de onderdelen instrumentale en vocale muziek een bijdrage toegekend voor uniformen, instrumenten en concertreizen. Dit is niet van toepassing voor het Kerkraads Symfonie Orkest en de segmenten Jeugdkoren en kerkelijke zanggezelschappen. Voor het onderdeel schutterijen wordt een bijdrage toegekend voor uniformen. Binnen het onderdeel Amateurkunst- en cultuurbeoefening wordt verder voor het onderdeel instrumentale muziek bij de segmenten drumbands, signaal instrumentenkorpsen, drumfanfares, pijper- en piccolokorpsen, harmonieën, fanfares en brassbands een extra activiteitensubsidie toegekend voor deelname aan door de gemeenteraad vastgestelde activiteiten. 2.. Bij de berekening van de ledensubsidie wordt een onderscheid gemaakt tussen het bedrag per contribuerend actief jeugdlid en het bedrag per contribuerend actief volwassen lid. 3.. a. Binnen het onderdeel Sport en Recreatie weegt het bedrag per subsidiabel jeugdlid voor de segmenten sport en scouting vijf keer zo zwaar als het bedrag per subsidiabel volwassen lid. b. Binnen het onderdeel Amateurkunst- en cultuurbeoefening weegt het bedrag per subsidiabel jeugdlid twee keer zo zwaar als het bedrag per subsidiabel volwassen lid, met uitzondering van het bedrag voor uniformen, instrumenten en concertreizen. Hierbij wordt uitgegaan van een gelijk gewicht voor een jeugd en volwassen lid. 4.. Bij de berekening van de ledensubsidie wordt rekening gehouden met het aantal actieve en contribuerende jeugd en volwassen leden van een instelling en verder met een aantal buitengewone leden afhankelijk van het aantal subsidiabele jeugd en volwassen leden per instelling. 5.. De verleende ledensubsidie kan binnen de subsidieperiode alleen aangepast worden bij een stijging of daling van het aantal subsidiabele leden met minimaal 20%. 6.. Basisbedragen per segment, bedragen per jeugd en volwassen lid, overige bijdragen en/of afkoopsommen worden per subsidieperiode door het college vastgesteld in het bekostigingsoverzicht. Bevattende de op grond van deze verordening te verlenen subsidiebijdragen, uitgesplitst in een subsidieplafond per categorie van instellingen en verdeelmaatstaven. 7.1. Het aantal te subsidiëren instellingen per segment en het aantal segmenten is gelimiteerd tot maximaal het aantal genoemd in het laatst vastgestelde bekostigingsoverzicht. 7.2. In zijn algemeenheid wordt verdere uitbreiding van het aantal instellingen per segment en het aantal segmenten niet wenselijk geacht. 7.3. Uitbreiding van het aantal te subsidiëren instellingen per segment en het aantal segmenten is ter beoordeling van het college en kan alleen plaatsvinden wanneer het college dit noodzakelijk en wenselijk acht.

Rechtspraak bij dit artikel