In het veiligheidsplan licht de exploitant als bedoeld in art. 3.1 lid 1 onder c van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, toe op welke wijze hij en zijn leidinggevende(n) zorgdragen voor een goede gang van zaken in het horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan zoals bedoeld in artikel 3.16 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de getroffen maatregelen om te voorkomen dat:
**-.** overlast plaatsvindt;
**-.** drugs worden verhandeld of aanwezig zijn;
**-.** wapens worden binnengebracht of aanwezig zijn;
**-.** wordt gediscrimineerd;
**-.** geweld wordt gebruikt;
**-.** geld of goederen van bezoekers worden gestolen;
**-.** seksuele intimidatie of aanranding plaatsvindt;
**-.** excessief alcohol wordt geconsumeerd;
**-.** overige veiligheid- of gezondheidsrisico's plaatsvinden.