**1.** De subsidieontvanger is verplicht binnen twee maanden na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend dan wel binnen twee maanden na eindiging van het dienstverband, een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen bij het college.
**2.** Het college kan voor de aanvraag tot subsidievaststelling een formulier vaststellen.
**3.** Bij de aanvraag tot subsidievaststelling overlegt de subsidieontvanger bewijsstukken waarin hij rekening en verantwoording aflegt omtrent de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven.
**4.** Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden dan bedoeld in het derde lid dan wel nadere informatie worden overgelegd. Het college doet hiervan mededeling in het besluit tot subsidieverlening.
**5.** Het college kan voorschrijven dat een schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de in dit artikel bedoelde bescheiden dan wel een mededeling dat van onjuistheden niet is gebleken. Het college doet hiervan mededeling in het besluit tot subsidieverlening.
**6.** Het college stelt de subsidie uiterlijk 3 maanden na binnenkomst van de aanvraag tot subsidievaststelling vast
**7.** Indien na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid geen aanvraag is ingediend, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen drie maanden na afloop van de termijn.