Tenminste eenmaal per 6 maanden vindt overleg plaats tussen de
voorzitter en de secretaris van de Wmo-adviesraad en het
(plaatsvervangend) hoofd van de afdeling Welzijn en Educatie of
Publiekszaken, dan wel met één of meer door hem aangewezen
ambtenaren belast met Wmo-beleid.
Op verzoek van één van de in het eerste lid genoemde personen,
kunnen anderen aan dit overleg deelnemen, tenzij een van de
vaste deelnemers hier bezwaar tegen heeft.
Zowel de voorzitter van de Wmo-adviesraad als het hoofd van de
afdeling Welzijn en Educatie en afdeling Publiekszaken kunnen
punten aandragen voor de agenda van dit overleg.
Op verzoek maar ten hoogste tweemaal per jaar vindt overleg
plaats tussen de voorzitter en de secretaris van de
Wmo-adviesraad en de portefeuillehouder.