**1..** Het college kan een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als beschermd
gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
**2..** Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
vragen van dit advies achterwege blijven.
**3..** Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de
aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
**4..** De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is
aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
**5..** De Monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
ontvangst van het verzoek van het college.
**6..** Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
van de monumentencommissie maar in elk geval binnen twintig weken na
de adviesaanvraag.
**7..** Het college registreert het beschermde gemeentelijke stads- of
dorpsgezicht op de lijst van beschermde gemeentelijke stads- en
dorpsgezichten.
**8..** De lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten bevat
de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de
gebiedsaanwijzing van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een
beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden.