Bij de behandeling van de aanvraag moet het volgende worden vastgesteld:
de aanvrager bevindt zich in een acute woonnoodsituatie waarin het noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen;
deze acute woonnoodsituatie:
heeft aantoonbare gevolgen voor het functioneren van de aanvrager en de toewijzing van een (andere) woning in de urgentieregio levert een substantiële bijdrage aan de oplossing van het probleem;
is niet door de aanvrager op eigen kracht of binnen zes maanden op te lossen;
is ontstaan binnen de urgentieregio en buiten de schuld van de aanvrager;
de aanvrager kan aantonen dat een maximale eigen inspanning is geleverd om zelf een passende woning te vinden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 29.
Algemene bepalingen over urgenties
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2016