Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 31.

Aanvullende bepalingen met betrekking tot sociale urgentie

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2016

Er is sprake van een sociale urgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar: ten gevolge van ernstige psychische en/of sociale problematiek ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervindt in de huidige woonsituatie; dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een van gemeentewege erkend opvangtehuis of hulp- en dienstverleningsinstelling in de urgentieregio. Voor deze urgentiecategorie geldt dat: in afwijking van het bepaalde in artikel 26 lid a de woningzoekende tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling, blijkens de inschrijving in de basisadministratie, woonachtig was in de urgentieregio; in afwijking van het bepaalde in artikel 26 lid c een woningzoekende niet over legale zelfstandige woonruimte beschikt binnen de urgentieregio; het bepaalde in artikel 35 lid a, d, g en q niet van toepassing is; woonruimte voor deze urgentiecategorie direct wordt bemiddeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel