Er is sprake van een sociale urgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar:
ten gevolge van ernstige psychische en/of sociale problematiek ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervindt in de huidige woonsituatie;
dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een van gemeentewege erkend opvangtehuis of hulp- en dienstverleningsinstelling in de urgentieregio. Voor deze urgentiecategorie geldt dat:
in afwijking van het bepaalde in artikel 26 lid a de woningzoekende tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling, blijkens de inschrijving in de basisadministratie, woonachtig was in de urgentieregio;
in afwijking van het bepaalde in artikel 26 lid c een woningzoekende niet over legale zelfstandige woonruimte beschikt binnen de urgentieregio;
het bepaalde in artikel 35 lid a, d, g en q niet van toepassing is;
woonruimte voor deze urgentiecategorie direct wordt bemiddeld.
Hoofdstuk 5.
Artikel 31.
Aanvullende bepalingen met betrekking tot sociale urgentie
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2016