In de regeling wordt verstaan onder:
Huurder: degene die in een woning zijn hoofdverblijf heeft en krachtens een huurovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 1584 van het Burgerlijk Wetboek, in het genot van de woning is tenzij artikel 1623a, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is;
Woning: zelfstandige woning al dan niet deel uitmakend van een complex woningen, met een eigen voordeur en voorzien van keuken, toilet en wasruimte;
Voorzieningen: de voorzieningen bedoeld in artikel 1, eerste lid van de regeling geldelijke steun voorzieningen aan particuliere huurwoningen 1985, dan wel de voorzieningen die bedoeld zijn in de regeling geldelijke steun uit ’s Rijk kas op voet van de Woningwet voor groot-onderhoud en verbetering van complexen van toegelaten instellingen en gemeenten, waarvan de kosten door de gemeente onderscheidenlijk de Minister aanvaard;
Investeringsbedrag: de totale door burgemeester en wethouders, respectievelijk de Minister aanvaarde subsidiale verbeteringskosten in de zin van de onder “voorzieningen” genoemde regeling;
Stadsvernieuwing: de stelselmatige inspanning zowel op stedebouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel. En milieuhygienisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening bijdragen ineens verhuis- en herinrichtingskosten aan huurders bij sloop, woningverbetering en groot onderhoud