Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor het volgend boekjaar een ontwerpbegroting op. 2.. De ontwerpbegroting met toelichting wordt zes weken voordat het algemeen bestuur deze vaststelt, aan de raden gezonden. 3.. De raden kunnen hun reactie op de ontwerpbegroting aan de penningmeester doen toekomen, die deze bij de ontwerpbegroting voegt. 4.. Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk vast op 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoorde begroting moet gelden. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting in afschrift aan de raden. 5.. De begroting wordt onder overlegging van door de raden ingediende bezwaren binnen een maand na de vaststelling door het algemeen bestuur ter goedkeuring aan gedeputeerde staten gezonden. Van de inzending doet het mededeling aan de raden. 6.. De raden kunnen na ontvangst van het bericht van inzending bij gedeputeerde staten bezwaren indienen tegen de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel