De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars (artikel 19 WI en artikel 24a WI).
Daarnaast zijn er twee groepen inburgeringsplichtingen waaraan het college een inburgeringvoorziening moet aanbieden. Het college is verplicht een inburgeringvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en aan nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid, WI).
In dit artikel wordt het college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen inburgeringsplichtigen en inburgeraars bij voorrang een inburgeringvoorziening wordt aangeboden. Bovendien wordt in dit artikel vastgelegd binnen welke kaders het college tot zijn keuze van doelgroepen moet komen.
Het is van belang dat deze kaders (in casu het aanwijzen van groepen waaraan een inburgeringvoorziening wordt aangeboden) niet te eng te definiëren. Zo zijn in de verordening geen aandachtswijken met naam benoemd om het college de ruimte te geven om in te spelen op ontwikkelingen. Eind 2006 is duidelijk dat hier in ieder geval de wijken Klarendal, St. Marten, Presikhaaf, Het Broek, Malburgen en Geitenkamp onder vallen.
Het college zal binnen de in dit artikel gestelde kaders gedurende een aantal jaren groepen moeten kunnen aanwijzen. Het alternatief is dat de verordening op dit onderdeel steeds opnieuw moet worden gewijzigd. Een andere reden om de kaders niet te strak vast te stellen is dat gemeenten op dit moment geen duidelijk zicht hebben op de precieze omvang van de groep oudkomers zonder werk of uitkering waaraan een inburgeringvoorziening kan worden aangeboden. Te strenge criteria zouden wel eens kunnen leiden tot het niet benutten van de beschikbare middelen voor het aanbieden van inburgeringvoorzieningen.
Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst bij voorrang een inburgeringvoorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een inburgeringvoorziening aan te bieden aan inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die het heeft aangewezen (maar wel behoren tot de doelgroepen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, WI).
Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die het aanwijst een inburgeringvoorziening kan aanbieden.
Op grond van de actieve informatieplicht van het college aan de raad (artikel 169, tweede lid, Gemeentewet) ligt het voor de hand dat het college zijn besluit aan welke groepen inburgeringsplichtigen bij voorrang een aanbod zal worden gedaan ter kennisname aan de raad aanbiedt. Het streven is dit snel na het raadsbesluit te laten plaatsvinden.