Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van VERORDENING WET INBURGERING

Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen vaststellen. Uit oogpunt van gelijkheid is voor de hoogte van de boete, net zoals dat voor de Wet inburgering nieuwkomers geldt, in artikel 9 eerste, tweede en derde lid aansluiting gezocht bij de gemeentelijke verordening die regels stelt ten aanzien van het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Wet werk en bijstand, de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2004, waarbij meer specifiek is aangesloten bij de maatregel bij het niet nakomen van trajectafspraken. De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en inburgeringvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere sociale zekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete kan opleggen. Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het inburgeringexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 9, derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 WI moet het college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringexamen moet behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringexamen niet heeft behaald, maakt het vierde lid van artikel 9 het mogelijk dat het college een hogere boete vaststelt. Omdat er in dat geval sprake is van recidive is het standaardboetebedrag verdubbeld. Het wettelijke maximum bedraagt € 1000 (artikel 34, onderdeel d, WI). Ook in dat geval zal in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringexamen moet behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het inburgeringexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college opnieuw een bestuurlijke boete kan opleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel