**1..** Het Algemeen Bestuur bestaat bij twee deelnemende gemeenten uit alle leden van de colleges van deze gemeenten.
(noot: het lidmaatschap eindigt van rechtswege wanneer het lid de staus van collegelid verliest)
**2..** Bij meer dan twee deelnemende partijen nemen maximaal drie collegeleden per gemeente zitting in het Algemeen Bestuur.
**3..** De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen de leden aan uit hun eigen midden als leden van het Algemeen Bestuur (noot: De gemeenschappelijke regeling bevat uitsluitend collegebevoegdheden en wordt door het college vastgesteld, op grond van artikel 13 lid 6 Wet Gemeenschappelijke Regelingen is het college bevoegd de leden van het Algemeen Bestuur aan te wijzen).
**4..** Indien in het Algemeen Bestuur een vacature ontstaat wijst het college van de betrokken gemeente zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken na het ontstaan van de vacature, een nieuw lid aan.
**5..** De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan die van de colleges van de gemeenten. De leden van het Algemeen Bestuur blijven na het verstrijken van de in de vorige zin genoemde termijn hun functie waarnemen tot het tijdstip dat de nieuwe leden zijn aangewezen.
**6..** Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur geeft het college dat het aangaat binnen één week kennis aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur (noot: De plaatsvervangende leden moeten aan dezelfde eisen voldoen als degenen die zij vervangen).
**7..** Een lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur dat het vertrouwen van het college, die hem als lid heeft aangewezen, niet meer bezit, kan, nadat hij in de gelegenheid is geweest zich te verantwoorden, door dit college als zodanig worden ontslagen.
Hoofdstuk 3:
Artikel 7:
Samenstelling
Onderdeel van gemeenschappelijke regeling tot vorming van een openbaar lichaam genaamd “OVER-gemeenten”