De daartoe bevoegde bestuursorganen van de deelnemers zullen in afzonderlijke delegatie- en/of mandaatbesluiten bepalen welke bevoegdheden die samenhangen met de taakgebieden zoals vermeld in artikel 4 van de regeling, opgedragen dienen te worden aan de overeenkomstige bestuursorganen of, indien aanwezig, aan de directie van de OVER-gemeenten.
Hoofdstuk 2:
Artikel 5: