Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I:

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Landschap Waterland

1.. Ter verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde doelen worden aan het landschap de volgende taken toegekend: het jaarlijks opstellen en het aanpassen van een jaarbegroting en van een meerjarenbegroting, die geldt voor de periode, volgend op het jaar waarvoor de jaarbegroting geldt. het periodiek opstellen dan wel aanpassen van een beleidsplan, dat ondermeer omvat een prioriteiten- en investeringsschema en het opmaken en vaststellen van plannen voor de werken van het landschap, waaronder begrepen basis- en deelplannen alsmede beheerplannen. het uitoefenen van toezicht op de naleving van bepalingen in wetten, reglementen en verordeningen in het gebied. het uitoefenen van de gemeentelijke taken ingevolge de Wet op de openluchtrecreatie in het gebied. het verwerven, ruilen, bezwaren en vervreemden van roerende en onroerende zaken, vorderingen of persoonlijke rechten en tot het verhuren, verpachten of op ander wijze in gebruik geven van de eigendommen van het landschap, het aangaan van geldleningen. 2.. Ter verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde doelen worden aan het bestuur van het landschap de volgende bevoegdheden toegekend: het vaststellen van verordeningen, op overtreding waarvan een geldboete van de tweede categorie kan worden gesteld. het heffen van rechten, als bedoeld in artikel 229, 1 e lid onder a en b, van de Gemeentewet en in artikel 221, onder b van de Provinciewet, de rechten waarvan de heffing krachtens bijzondere wetten geschiedt en de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Het uitoefenen van de gemeentelijke bevoegdheden, ingevolge artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht (ongeklede recreatie), indien en voor zover het aan bestuur heeft verklaard daartoe over te gaan. Het uitoefenen van de bevoegdheid van burgemeester en wethouders, als bedoeld in artikel 8.2, eerste lid van de Wet milieubeheer voor wat betreft het gestelde in bijlage I, categorie 19, sub g, onder 1 van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Milieubeheer (gemotoriseerde modelvliegtuigen, -vaartuigen, -voertuigen) indien en voor zover het algemeen bestuur heeft verklaard daartoe over te gaan. Het uitoefenen van de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang zoals bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 122 van de Provinciewet indien en voor zover de toepassing van bestuursdwang dient tot handhaving van door het bestuur van het landschap vastgestelde regels. 3.. Binnen het kader van het in artikel 2, eerste lid omschreven doel kunnen de aan het landschap toekomende taken en bevoegdheden worden uitgebreid dan wel beperkt bij gelijkluidend besluit van alle deelnemers, zonder dat daartoe wijziging van deze regeling noodzakelijk is. De deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van dat besluit. 4.. Het landschap oefent zijn taken en bevoegdheden met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid omschreven doelen niet uit in die gemeenten, waarvan de betrokken gemeente ten aanzien van één van deze twee doelen een voorbehoud heeft gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel