Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, zesde en zevende lid, kan de commissie in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, zesde en zevende lid, kan de commissie op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die zij aan het college overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, zesde en zevende lid kan de commissie kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbenden leden is bezocht wordt bekrachtigd. 4.. De krachtens het tweede lid van dit artikel opgelegde geheimhouding vervalt indien de commissie haar opheft. De krachtens het derde lid opgelegde geheimhouding vervalt indien de commissie, dan wel, indien de stukken aan de raad zijn voorgelegd, indien de raad haar opheft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel