Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Utrecht

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 september 2016 en wordt aangehaald als “Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Utrecht”. Op deze datum wordt de beleidsregel Reguliere Schuldhulpverlening Utrecht, vastgesteld door het college op 30 oktober 2012, ingetrokken. Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 oktober 2016, De burgemeester, de gemeentesecretaris, Toelichting op de beleidsregels behorende bij schuldhulpverlening Utrecht Algemeen Op 1 juli 2012 is de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) in werking getreden. De wet heeft als doel een effectieve gemeentelijke schuldhulpverlening. Een belangrijke maatregel om dit te bereiken is het wettelijk inbedden van de taak om schuldhulpverlening aan te bieden door gemeenten. In art. 2 Wgs staat dat de gemeente een plan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente. Dit plan geldt voor een periode van maximaal 4 jaar. Het plan bevat hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. Het beleidsplan schuldhulpverlening is opgenomen in de Utrechtse armoedenota. De beleidsregels Schuldhulpverlening Utrecht dienen ter ondersteuning van het beleidsplan en de uitvoering schuldhulpverlening. Ze passen geheel binnen het wettelijke kader van de Wgs. Zij geven waar dat nodig is een nadere aanvulling of uitleg van wet- en regelgeving en de wijze waarop het beleidsplan schuldhulpverlening worden toegepast. Op de uitvoering van schuldhulpverlening zijn ook het bankreglement Kredietbank Utrecht en de daarbij behorende beleidsregels van toepassing. In de beleidsregels legt het college vast welke voorwaarden het verbindt aan schuldhulpverlening, wat de verplichtingen zijn van de verzoeker en wat diens rechten zijn. Deze beleidsregels gelden voor schuldhulpverlening door de gemeente zelf en voor derde partijen indien er een mandaat is afgegeven. Voor schuldhulpverlening door Stadsgeldbeheer is er geen mandaat afgegeven. Deze beleidsregels gelden dus niet voor Stadsgeldbeheer. Dit laat onverlet dat de wettelijke eisen die zijn neergelegd in de Wgs wel voor Stadsgeldbeheer gelden, zoals de maximale wachttijd. Toelichting per artikel Artikel 1 Definities De gebruikte definities en afkortingen zijn gelijk aan de definities in het bankreglement en/of wet- en regelgeving. Artikel 2 Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening Schuldhulpverlening staat open voor alle inwoners van Utrecht van 18 jaar en ouder. Het is laagdrempelig en dichtbij (in de wijk) georganiseerd. Vanaf september 2016 zijn de trajectbegeleiders van de afdeling schulddienstverlening van de gemeente een aantal uren per week op de locatie van het buurtteam aanwezig zodat beide professionals voortaan sneller kunnen schakelen. Dit proces sluit aan bij het Utrechtse model voor zorg en ondersteuning (sociale basis, basiszorg, aanvullende zorg). Er zijn twee doelgroepen die geen schuldhulpverleningstraject door de afdeling schulddienstverlening van de gemeente krijgen. Dat zijn de: OGGZ-doelgroep De OGGZ doelgroep is niet of nauwelijks zelfredzaam en er is sprake van multi-problematiek. De financiële situatie is dermate onstabiel dat gespecialiseerde hulp wordt ingezet door Stadsgeldbeheer, onderdeel van Stichting de Tussenvoorziening. Stadsgeldbeheer streeft naar het bevorderen van maatschappelijk herstel door het bieden van schuldhulpverlening, budgetbeheer en administratief beheer bij materiële woonbegeleiding. Zelfstandigen In de memorie van toelichting van de Wgs wordt uitdrukkelijk vermeld dat de regering van mening is dat gemeentelijke schuldhulpverlening niet toegankelijk kan zijn voor zelfstandigen met een nog functionerende onderneming. Indien het voortbestaan van een onderneming in gevaar is vanwege te hoog oplopende schulden kan de ondernemer een beroep doen op ondersteuning van de gemeente via het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Via dit traject kan een schuldhulpverleningstraject voor de ondernemer wordt opgezet via een specialistisch schuldhulpverleningsbureau. Artikel 3 Aanvraag, wacht- en doorlooptijden schuldhulpverlening Iedereen kan zich tot een buurtteam wenden met een vraag over financiën. Bij een signaal omtrent schulden vraagt de buurtteammedewerker door op de situatie. Als er sprake is van een crisissituatie wordt direct contact gelegd met de afdeling schulddienstverlening van de gemeente. Als er geen sprake is van crisis wordt er een huisbezoek ingepland. Dit is een driegesprek tussen verzoeker, een medewerker van het buurtteam en een trajectbegeleider van de afdeling schulddienstverlening van de gemeente. Dit vindt plaats binnen 4 weken na de aanmelding. De maximale wachttijd op het aanbod schuldhulpverlening is vastgelegd in art. 4 Wgs. Het gaat daarbij om de maximale wachttijd tot het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Aan de doorlooptijd is geen wettelijke termijn verbonden. De wet vraagt wel om de verzoeker inzicht te geven in de tijd tussen het vaststellen van de hulpvraag en het bereiken van het resultaat (doorlooptijd). In het driegesprek wordt de financiële situatie doorgesproken. De trajectbegeleider van de afdeling schulddienstverlening van de gemeente vertelt over de mogelijkheden om tot een oplossing van de schulden te komen. De opties worden voorgelegd aan de verzoeker en er wordt uitgelegd welke acties moeten worden ondernomen. Ook worden er afspraken gemaakt over wie welke acties onderneemt (en wanneer). Dit gebeurt op basis van maatwerk, toegespitst op de situatie van verzoeker. De buurtteammedewerker richt zich daarbij op de integrale oplossing van de situatie. Denk bijvoorbeeld aan coaching op gedrag om geen nieuwe schulden te maken of het aanleren van vaardigheden om inkomsten en uitgaven in balans te brengen. Hierbij kan een ondersteuning van een vrijwilliger, medewerker Informatie & Advies of overig aanbod van U Centraal worden ingeschakeld. Gezamenlijk wordt bepaald wat er nodig is en wanneer het schuldhulpverleningstraject bij de afdeling schulddienstverlening van de gemeente wordt gestart. Expertise op de financieel technische aspecten van schulden en expertise op gedrag en vaardigheden wordt gecombineerd om tot een passend plan van aanpak te komen. De inzet van producten kan per situatie verschillen. Bij het hebben van schulden speelt vaak multi-problematiek. Het aanbod van de gemeente is gespecialiseerd in het aanpakken van de schulden, door middel van advies, herfinanciering, minnelijke en afgedwongen aflossingsregelingen. Vaak is dit aanbod echter (nog) niet passend, maar moet de financiële situatie van de aanvrager eerst worden gestabiliseerd of verbeterd worden. Het is voor de gemeente van belang om pas een aflossingsvoorstel aan de schuldeisers te doen, als er enigszins vertrouwen is dat dit wordt nagekomen. Anders is de aanpak niet effectief en creëert het verkeerde verwachtingen bij de schuldenaar, wat ten koste gaat van de geloofwaardigheid richting de schuldeisers. Vanaf september 2016 is er sprake van een aanvraag schuldhulpverlening als er een traject bij de gemeente wordt ingezet. Dit wordt in gezamenlijkheid bepaald door verzoeker, trajectbegeleider van Werk en Inkomen en buurtteammedewerker. Via een link kan het digitale aanvraagformulier via de website van de gemeente worden ingevuld. Het digitale aanvraagformulier is beschikbaar voor mensen die contact hebben gehad met het buurtteam en/of trajectbegeleider. Artikel 4 Verplichtingen en gevolgen schending daarvan Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject. Wat betreft de bevoegdheid tot weigering van een aanbod schuldhulpverlening in relatie tot eerdere trajecten / contacten schuldhulpverlening, zijn in dit artikel regels gesteld. Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Naast een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van de verzoeker leidt het recidivebeleid er ook toe dat de beschikbare formatie en tijd efficiënt wordt ingezet. Er wordt voorkomen dat dienstverlening opnieuw wordt geboden terwijl er niet of nauwelijks uitzicht is op verbetering. Artikel 5 Weigeren of beëindigen van schuldhulpverlening Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt kan het college besluiten om schuldhulpverlening te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt verzoeker eenmaal een termijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld dient een redelijke te zijn conform de Algemene wet bestuursrecht. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten beëindiging van de schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid vereist het opleggen van een hersteltermijn maatwerk. Artikel 5 is geformuleerd als een zogenaamde “kan”-bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Artikel 6 Bezwaar en beroep Verzoeker kan in bezwaar gaan tegen het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders waarin schuldhulpverlening wordt geweigerd of afgewezen. Bij een toewijzing kan de verzoeker niet in bezwaar gaan tegen de inhoud van het plan van aanpak van het schuldregelingstraject. Besluiten genomen door organisaties waarbij de gemeente Utrecht schuldhulpverlening inkoopt zijn niet vatbaar voor bezwaar en beroep bij het College van Burgemeester en Wethouders omdat deze besluiten niet genomen zijn door een bestuursorgaan en daarmee geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht zijn (art. 1.3 Awb). Bij het maken van inkoopafspraken wordt erop toegezien dat de betreffende organisatie voorziet in een klachtenprocedure. Artikel 7 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) en/of onvoorziene (lid 2) gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel De beleidsregels treden na publicatie in werking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel