**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, wordt voor de gedragingen als bedoeld in artikel 7 de hoogte van de maatregel als volgt vastgesteld:
**a..** 10% van de grondslag bij gedragingen van de eerste categorie;
**b..** 20% van de grondslag bij gedragingen van de tweede categorie;
**c..** 50% van de grondslag bij gedragingen van de derde categorie.
**2.** De maatregel voor de gedragingen, bedoeld in artikel 7, onderdeel c, tweede en derde lid, wordt ten hoogste vastgesteld op het bedrag dat de belanghebbende uit of in verband met arbeid zou hebben kunnen verwerven, indien hij de algemeen geaccepteerde arbeid had aanvaard of behouden, dan wel indien de dienstbetrekking niet was beëindigd.
Hoofdstuk
Artikel 8.
De hoogte van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW en IOAZ gemeente Arnhem