**1..** Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument een
subsidie verlenen voor in het tweede lid opgesomde
onderhoudswerkzaamheden die zijn verricht in het jaar waarover de
subsidie is aangevraagd
**2..** De volgende werkzaamheden komen voor een onderhoudssubsidie in
aanmerking:
Aan het dak: het incidenteel vernieuwen van pannen, het
herstellen van leiwerk of herstel van rieten daken, het
repareren en vernieuwen van zink en lood en het onderhoud
van brand- en bliksembeveiliging;
aan schoorstenen: reparaties;
aan goten en regenafvoeren: het opheffen van verstoppingen,
reparaties en schoonmaak alsmede werkzaamheden die de
waterhuishouding rondom het monument bevorderen;
aan gevels: het herstellen van voeg- of pleisterwerk,
reparaties aan natuursteen, baksteen, beton en
houtwerk;
buitenschilderwerk;
aan ramen, deuren en kozijnen: reparaties;
klein herstel aan bijzondere monumentale onderdelen in het
exterieur en interieur (voor zover deze in de beschrijving
zijn opgenomen);
het opstellen van een bouwkundig inspectierapport;
de kosten van het lidmaatschap van de Stichting
Monumentenwacht.
**3..** De onderhoudssubsidie bedraagt maximaal 50% van de door het college
subsidiabel verklaarde kosten van onderhoud tot een maximaal
subsidiebedrag van € 2.500,-- per monument.
**4..** De onderhoudssubsidie wordt niet verleend voor zover de kosten van
het onderhoud op grond van een verzekering of anderszins worden
gedekt.
**5..** De eigenaar kan per monument dat in zijn bezit is maximaal één maal
per kalenderjaar subsidie aanvragen.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten De Bilt 2010