Indien de medebewoner in een woning woont met één of meer bloedverwanten in de eerste graad, wordt in afwijking van de artikelen 4 en 5 de norm verhoogd met een toeslag van 10 procent van het minimumloon.
Indien de medebewoner in een woning woont met één of meer bloedverwanten in de eerste graad en tevens één kostganger houdt, of aan één onderhuurder verhuurt, wordt geen toeslag verstrekt.
Indien de medebewoner in een woning woont met één of meer bloedverwanten in de eerste graad en verzorgingsbehoeftig is, of een verzorgingsbehoeftige eerste graads bloedverwant verzorgt, wordt in afwijking van lid 1 de norm verhoogd met een toeslag van 20 procent van het minimumloon.
Indien de medebewoner in een woning woont met één of meer bloedverwanten in de eerste graad en verzorgingsbehoeftig is, of een verzorgingsbehoeftige eerste graads bloedverwant verzorgt en tevens één kostganger houdt of aan één onderhuurder verhuurt, wordt de norm verhoogd met een toeslag van 10 procent van het minimumloon.
HOOFDSTUK 3
Artikel 7
Medebewoner, eerste graads bloedverwantschap
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2009