In deze verordening wordt verstaan onder:
markt : de door het college ingestelde warenmarkt;
standplaats : de ruimte die voor de duur van de markt is
aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste standplaats : de standplaats die voor onbepaalde tijd ter
beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
dagplaats : de standplaats die per marktdag ter beschikking
wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als
vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerken : de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek
om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende
uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van één
artikel;
standwerkersplaats : de standplaats die per marktdag ter
beschikking wordt gesteld om te standwerken en niet breder is
dan 04.00 meter;
vergunninghouder : degene aan wie door het college vergunning is
verleend voor het innemen van een standplaats;
wachtlijst : de lijst van gegadigden voor een vaste
standplaats;
anciënniteitlijst : de lijst van vergunninghouders van een vaste
standplaats;
marktmeester : de persoon die als zodanig is aangewezen door het
college.