1.
Aanbodmodel:
Het selecteren van een kandidaat uit de ingekomen
reacties van woningzoekenden op een in een
advertentiemedium ter toewijzing aangeboden
woonruimte.
2.
Advertentiemedium:
Een uitgave per verhuurder dan wel een groep van
verhuurders waarin voor toewijzing beschikbare
woonruimten wordt aangeboden.
3.
Bemiddeling:
Buiten het aanbodmodel of lotingmodel om woonruimte
toewijzen aan een woningzoekende.
4.
Bereidverklaring:
Schriftelijke verklaring van de eigenaar, dat hij
bereid is woonruimte aan de aanvrager van de
huisvestingsvergunning in gebruik te geven.
5.
Burgemeester en wethouders:
Het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Bunnik
6.
Doorstromer:
Een woningzoekende die als hoofdhuurder
daadwerkelijk en rechtmatig in de woningmarktregio
een zelfstandige huurwoning bewoont en na verhuizing
leeg achterlaat. De maandhuur mag bij inschrijving
niet meer bedragen dan de maximale huurprijsgrens
als bedoeld in artikel 1.1, lid 15.
7.
Echte dienstwoning:
Een woning die noodzakelijkerwijs gebruikt wordt met
het oog op de arbeidsovereenkomst.
8.
Economische binding:
De binding van een persoon aan de woningmarktregio
waarbij die persoon voor de voorziening in het
bestaan is aangewezen op het duurzaam verrichten van
arbeid binnen of vanuit deze woningmarktregio.
9.
Eigen toegang:
Elke deur die direct toegang geeft tot de woning
bereikbaar via de straatzijde dan wel vanuit een
gemeenschappelijke verkeersruimte en die voorzien is
van een van gemeentewege verleend huisnummer.
10.
Eigenaar:
Degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van
een woonruimte of een gebouw.
11.
Groepswonen:
Gelijk aan definitie woongroep.
12.
Huishouden:
Een alleenstaande, of twee of meer personen die een
duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of
willen gaan voeren.
13.
Huisvestingsvergunning:
Een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid
van de Wet.
14.
Huurprijs:
De prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd
voor het enkele gebruik van een woonruimte of
standplaats, uitgedrukt in een bedrag per
maand.
15.
Huurprijsgrens:
Liberalisatiegrens.
16.
Ingezetene:
Degene die in de Basisregistratie Personen van één
van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen
en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig
hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens
het bestemmingsplan is aangewezen of bestemd voor
permanente bewoning.
17.
Inkomen:
Gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel
2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de
aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een
bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte,
met uitzondering van kinderen in de zin van artikel
4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke
regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid
van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt
gelezen ‘aanvrager’.
18.
Inkomensgrens van de doelgroep
De grens van de doelgroep volgens de Tijdelijke
regeling diensten van algemeen economisch belang
toegelaten instellingen volkshuisvesting
(TRDAEBTIV). De inkomensgrens wordt jaarlijks
aangepast.
19.
Inwoning:
Het bewonen van een woonruimte welke deel uitmaakt
van een woonruimte die door een ander huishouden in
gebruik is genomen.
20.
Kamer:
Elke afzonderlijke ruimte in een woning geschikt
voor woon- en slaapruimte met een oppervlakte van
tenminste 5 m2.
21.
Koopprijs:
De prijs die voor de enkele koop van een woonruimte
daadwerkelijk is of zal worden betaald of de
WOZ-waarde op 1 januari, jaar van
vergunningaanvraag.
22.
Koopprijsgrens:
Maximale aankoopbedrag om een hypotheek met
Nationale Hypotheek Garantie te
krijgen.
23.
Laatste Kansbeleid:
Regels met betrekking tot woningzoekenden die
vanwege wanbetaling of ernstige
inbreuk op het woongenot van omwonenden, na een
gerechtelijke uitspraak uit hun
woning zijn gezet of worden gezet en nog een laatste
kans krijgen.
24.
Liberalisatiegrens:
De maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag
bestaat, conform de huurprijs in
artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.
25.
Lokaal woningzoekenden
-Woningzoekenden met een maatschappelijke of
economische binding en
-woningzoekenden die de afgelopen drie jaren in
verband met studie tijdelijk elders
ingeschreven zijn of zijn geweest, maar voorafgaand wel tenminste drie
jaar
ingeschreven hebben gestaan op een adres in het gebied zoals
omschreven.
26.
Lotingmodel:
De kandidaat voor de aangeboden woonruimte wordt
door middel van loting bepaald.
27.
Maatschappelijke binding:
De binding van een persoon aan de woningmarktregio,
daarin gelegen dat die persoon
een redelijk met de plaatselijke samenleving verband
houdend belang heeft zich in dit
gebied te vestigen, met dien verstande dat een
maatschappelijke binding in elk geval
wordt aangenomen ten aanzien van:
-personen die tenminste drie jaar onafgebroken
ingezetenen zijn in de
woningmarktregio, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar tenminste
zes jaar
onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de woningmarktregio en
personen die een dagopleiding volgen gedurende ten minste
negentien uur per week aan een, in de woningmarktregio
gevestigde en erkende instelling voor dagonderwijs.
Mantelzorg: Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het
opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige
diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen
bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in
het kader van een hulpverlenend beroep (artikel 1.1.1
van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).
Onzelfstandige woonruimte: Woonruimte die niet voldoet
aan de begripsbepaling zelfstandige woonruimte.
Overige woningzoekenden: Alle woningzoekenden die niet
als doorstromer kunnen worden aangemerkt.
Rekenhuur: De rekenhuur zoals is bedoeld in artikel 5
van de Wet op de huurtoeslag.
Splitsingsvergunning: Een vergunning als bedoeld in
artikel 22 van de Wet.
Standplaats: Een kavel, bestemd voor het plaatsen van
een woonwagen, waarop voorzieningen
aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven,
andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
Starter: Een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod
wordt gepubliceerd geen zelfstandige woonruimte bewoont die hij
of zij achterlaat voor verkoop of verhuur.
Statushouder: Vreemdeling die in Nederland een
verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft
aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft
ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de
Vreemdelingenwet 2000.
Student: Woningzoekende die een voltijdsopleiding volgt aan een
in de regio Utrecht gevestigde instelling voor middelbaar- of
hoger beroepsonderwijs of universitair onderwijs of deze
opleiding niet langer dan 2 jaar geleden heeft afgerond en niet
ouder is dan 30 jaar.
Toewijzingssysteem: Het selecteren van een kandidaat voor ter
verdeling beschikbare woonruimte via een
aanbodmodel of via lotingmodel of via bemiddeling.
Vloeroppervlakte De gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN
2580.
Vergunning wijziging woonruimtevoorraad:
Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Wet.
Wet: De Huisvestingswet 2014.
Wezenlijke voorzieningen: Douche- en/of badruimte, toilet en
keuken.
42.
Woningmarktregio:
Gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren
van de woningmarkt als een
geheel wordt beschouwd, bestaande uit de gemeenten
Lopik, Montfoort, Oudewater,
De Ronde Venen, Woerden, De Bilt, Bunnik, Houten,
IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse
43.
Woningtypen:
Vecht, Utrecht, Vianen, Zeist, Utrechtse Heuvelrug
en Wijk bij Duurstede.
Deze verordening maakt onderscheid in de volgende
woningtypen:
-nultredenwoningen: woningen die zonder trap bereikbaar zijn evenals
de
wezenlijke voorzieningen, geschikt voor personen van 65 en ouder en voor
personen met een functiebeperking. Deze categorie kan worden
verbijzonderd naar de volgende drie typen woningen:
gelijkvloerse woningen
rollatorwoningen
rolstoeltoegankelijke woningen;
woningen met zorgvoorzieningen
(aanleunwoningen/beschutte woningen): zelfstandige
woningen waarbij gebruik gemaakt wordt van faciliteiten
van zorgverlenende instellingen;
woningen voor minder validen: ingrijpend aangepaste
woningen die naar hun aard bestemd zijn voor bewoning
door een minder valide persoon;
jongerenwoningen: woningen voor alleenstaanden en
tweepersoonshuishoudens met name bedoeld voor de
leeftijdscategorie van 18 tot 23 jaar of 18 tot 30
jaar;
wisselwoningen: woningen die ten behoeve van tijdelijke
bewoning worden aangeboden aan personen die door
ingrijpende verbetering of sloop/nieuwbouw de huidige
woning moeten verlaten, maar na voltooiing van de werken
kunnen terugkeren;
plankwoningen: woningen die op de nominatie staan
ingrijpend te worden verbeterd dan wel te worden
gesloopt en voor tijdelijke huisvesting in gebruik
kunnen worden gegeven;
eengezinswoning;
appartement - parterre;
appartement vanaf 1e verdieping (met/zonder lift);
bovenwoning;
benedenwoning;
maisonnette, verder te onderscheiden in een
ondermaisonnette (vanaf begane grond) of
bovenmaisonnette (vanaf 1e verdieping);
studentenwoning: woonruimte met een vloeroppervlakte van
minder dan 30 m2, bestemd voor studenten en verhuurd met
een campuscontract of verhuurd door een toegelaten
instelling.