Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.2

Vergunningvereiste

Onderdeel van Geconsolideerde huisvestingsverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug

1. Het is verboden om zonder vergunning een woonruimte, aangewezen in artikel 4.1.1: a.. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken waardoor de woonruimte niet langer geschikt is voor bewoning door een huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking geschikt is; b.. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen; c.. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten; d.. te verbouwen tot twee of meer woonruimten voor verhuur. 2. Vrijstelling van het verbod als bedoeld in artikel 4.1.2 lid 1 a. wordt verleend wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het aantal vierkante meters dat ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan de bestemming wordt onttrokken, beslaat niet meer dan een door burgemeester en wethouders te bepalen vloeroppervlakte; degene die het bedrijf uitoefent is ook de bewoner van de woonruimte; de uitoefening van het bedrijf past binnen de woonbestemming van het pand, dit ter beoordeling van burgemeester en wethouders. Artikel 4.1.3 Aanvragen van een vergunning De aanvraag van een vergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende informatie en bewijsstukken: naam en adres van de eigenaar of diens gemachtigde; gegevens over de huidige situatie: adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft; huur- of koopprijs; aantal kamers; woonoppervlak; woonlaag en staat van onderhoud; gegevens over de beoogde situatie: bestemming; bouwtekening gegevens bij voorgenomen samenvoeging: verwachte huur- of koopprijs; naam van de toekomstige bewoner(s); omvang van het huishouden van de toekomstige bewoners en schriftelijke verklaring van toestemming van de verhuurder. Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel. Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de praktijkuitoefening door officieel erkende medici of paramedici kunnen burgemeester en wethouders het advies inwinnen van de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische Beroepen. Artikel 4.1.4 Voorwaarden vergunningverlening Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning, indien naar hun oordeel het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de vergunning zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft. Op of bij de vergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie: de mededeling dat binnen een jaar van de vergunning gebruik gemaakt moet worden; de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft. Indien aanvrager een tijdelijke behoefte kan aantonen, kunnen burgemeester en wethouders een tijdelijke vergunning voor maximaal vijf jaar verlenen. Artikel 4.1.5 Intrekking Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken, indien: niet binnen een jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woonvorming; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in stand laten van de vergunning zal leiden tot een structureel overlastpatroon, in de vorm van ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu voor de directe omgeving van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat de vergunninghouder, bij aangetekende brief is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken, indien niet binnen een te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, die ervoor zorg dragen dat de overlastgevende situatie wordt beëindigd. Paragraaf4.2Splitsinginappartementsrechten Artikel 4.2.1 Werkingsgebied 1 Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op: Huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens Koopwoningen tot de koopprijsgrens. Artikel 4.2.2 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een gebouw, aangewezen in artikel 4.2.1 te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte. Op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Artikel 4.2.3 Aanvragen van een splitsingsvergunning 1.De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende stukken: een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als neergelegd in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde Besluit betreffende splitsing in appartementsrechten; een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur. Dit rapport bevat in elk geval mede een beschrijving en een beoordeling van de onderhoudstoestand van het gebouw; indien burgemeester en wethouders dat nodig achten, overlegging van andere stukken. Artikel 4.2.4 Voorwaarden of voorschriften Op of bij de splitsingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders in elk geval de volgende informatie: de mededeling dat binnen een jaar van de splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden en de gebouwde onroerende zaak waarop de splitsing betrekking heeft. In aanvulling op lid 1 kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden en/of voorschriften aan de splitsingsvergunning verbinden. Artikel 4.2.5 Weigeringsgronden 1.Een splitsingsvergunning kan worden geweigerd als: naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de splitsing gediende belang; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand; de onder a. en b. genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning. Artikel 4.2.6 Intrekking 1.Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken, indien: niet binnen en jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten; de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 4.2.4 lid 2, niet worden nageleefd; c.de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel