Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen
en inzamelvoorzieningen aangewezen:
voor restafval van huishoudens 270 liter minicontainers, verzamelcontainers en ondergrondse containers;
voor gft-afval van huishoudens 180 liter minicontainers;
voor oud papier en karton, eigen dozen of kratten
voor verpakkingsglas de verspreid in de gemeente geplaatste glascontainers, op kleur gescheiden;
voor kunststofverpakkingen de van gemeentewege beschikbaar gestelde PMD-zakken en voor deze fractie bestemde containers;
categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, sub 2; 7; 8; 9; 10; 12; 13; 14; 15; 16; 17; 18; 19; 20; 21; 22; en 24 van dit besluit dienen bij het afvalbrengstation in de daarvoor bestemde containers gescheiden te worden aangeboden;
in aanvulling op lid f. geldt dat het naast de inzameling bij of nabij percelen het ook toegestaan is de huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, sub 1; 3; 4; 5; 6; 23; 25; 26; 27 en 28 van dit besluit bij het afvalbrengstation gescheiden aan te bieden;
voor plantaardige vetten de bij verschillende supermarkten en op het afvalbrengstation geplaatste minicontainers;
voor textiel in verzamelcontainers bij scholen en (sport-)verenigingen;
voor kca bij de betreffende detailhandel of het afvalbrengstation ;
voor kleine elektrische en elektronische apparaten bij de betreffende detailhandel of het afvalbrengstation;
voor afgedankte medicijnen bij de apotheek;
Artikel 3.
Aanwijzing inzamelmiddelen en -voorzieningen
Onderdeel van uitvoeringsbesluit afzonderlijke inzameling en aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen 2015