Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 20

Verstrekken individuele woonvoorzieningen.

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2009

1.. Een persoon uit de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2 kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 19, lid 1onder a. in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren. Artikel 4 sub f. is hierbij niet van toepassing. 2.. Een persoon uit de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2 kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 19, lid 1 onder b. en c. in aanmerking worden gebracht wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet adequaat is vanwege medische redenen of andere persoonlijke, waaronder financiële en/of sociale omstandigheden, of verhuizen niet realiseerbaar is, of wanneer het gelet op het verschil tussen de kosten van voorziening als genoemd onder artikel 19, lid 1 onder b. en c. in vergelijking met de kosten als genoemd onder artikel 19, lid 1 onder a. van de betreffende persoon in redelijkheid niet gevergd kan worden om te verhuizen. Het college stelt hierin nadere beleidsregels vast. 3.. Een persoon uit de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2 kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 19, lid 1 onder d. in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen. 4.. De eigenaar van een aangepaste woning, kan voor de duur van maximaal zes maanden in aanmerking komen voor een voorziening als bedoeld in artikel 19 lid 1 onder e. 5.. Een persoon uit de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2 kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 19, lid 1 onder f. in aanmerking worden gebracht wanneer er sprake is van tijdelijke huisvesting in verband met het aanpassen van bestaande of nog te betrekken woonruimte. 6.. De eigenaar van een aangepaste woning, kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 19, lid 1 onder g. in aanmerking komen indien een aanpassing zoals bedoeld in artikel 19 lid 1, onder b. verwijderd moet worden uit de woning. 7.. Een persoon uit de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2 kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 19, lid 1 onder h. in aanmerking worden gebracht voor de kosten van onderhoud, keuring of reparatie van een op grond deze verordening toegekende voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel