Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming
of hetopstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben,
benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.
Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel
van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden
samengevat op één briefje.
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
verstaan:
een blanco ingevuld stembriefje;
een ondertekend stembriefje;
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij
de stemming verschillende vacatures betreft;
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
voorgedragen;
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
dan die waartoe de stemming is beperkt.
In geval van twijfel over de inhoud van een
stembriefje beslist de raad, op voorstel van de
voorzitter.
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk
na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 31
Stemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad