Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
verlangd.
De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt
er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
leden van de raad en het college worden gebracht.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder
geval binnen dertigdagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge
beantwoording vindt plaats inde eerstvolgende raadsvergadering. Indien
beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de
vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht
wordt behandeld als een antwoord.
De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan
de leden van de raad medegedeeld.
De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld
in artikel 19 aan de leden van de raad toegezonden.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde
raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende
onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door deburgemeester
of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
beslist.
Hoofdstuk 4
Artikel 40
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad