Dit artikel is van toepassing voor degene die een klein evenement organiseert.
Het (opbouwen van een) evenement start niet voor 8:00 uur.
De eindtijd van het evenement is:
a. 00:30 uur op maandag tot en met vrijdag;
b. 01:30 op zaterdag en zondag;
c. de eindtijd voor muziek is een half uur voor de eindtijd van het evenement;
d. de eindtijd voor drankverstrekking is gelijk aan de eindtijd van het evenement;
e. de eindtijd voor eetgelegenheden is een half uur na eindtijd van het evenement.
De organisatie van het evenement is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen om de verkeersveiligheid en de veiligheid van personen en goederen te garanderen.
De organsatie van het evenement zorgt tijdens het opbouwen, afbreken en gedurende het evenement voor een vrije doorgang van minimaal 4 meter breedte voor hulpverlenende instanties.
Brandkranen en waterwinplaatsen moeten worden vrijgehouden en bereikbaar zijn. Voor de activiteiten mag geen water worden afgetapt van brandkranen.
Materialen die voor de organisatie van het evenement gebruikt worden mogen niet spijker- en/of nagelvast aan levend hout worden bevestigd en moeten zodanig worden ge-plaatst dat onveilige verkeerssituaties worden uitgesloten. Er mag geen schade aan de natuur worden toegebracht.
Er moeten op het evenemententerrein voldoende blusmiddelen aanwezig zijn. Het blustoestel moet een rijkskeurmerk hebben en 1x per jaar op goede werking zijn gecontroleerd. Het keuringsbewijs daarvan moet bij het blusapparaat aanwezig zijn.
Een plaats die is ingericht voor bakken en braden en waarbij gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die op brandbare gassen werken:
a. mag niet tegenover in- en uitgangen van bouwwerken en binnen 5 meter van gevels geplaats zijn;
b. moet in de buitenlucht op een afstand van ten minste 2 meter ten opzichte van bebouwing, beplanting en overige objecten zijn;
c. mag niet onder luifels, afdaken, parasols en dergelijke staan;
d. bij de bak- en braadapparatuur moet onder handbereik een blusdeken van onbrandbaar of moeilijk brandbaar materiaal aanwezig zijn;
e. gasflessen moeten zo geplaatst zijn dat geen (brand)gevaarlijke situaties ontstaan. In de directe omgeving van de bakplaat, frituur, oven en dergelijke mogen geen gasflessen geplaatst worden;
f. een frituurtoestel moet thermisch zodanig zijn beveiligd dat de temperatuur van het vet of olie niet hoger dan 200°C kan worden. Nabij een frituurtoestel moet voor iedere frituurbak een passend metalen deksel aanwezig zijn waarmee de bakken in geval van brand worden afgedekt
Hoofdstuk 2 › Afdeling 7.
Artikel 2:25 B3
Voorschriften klein evenement
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bronckhorst 2016