Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Dienstwoning

1.. Medewerker: de ambtenaar ingevolge artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR/UWO. 2.. Bevoegd gezag: de gemeentesecretaris / algemeen directeur, alle directeuren van de hoofdafdelingen, het hoofd van de concernstaf en de griffier; indien de bevoegdheid is doorgemandateerd, de in het mandaatbesluit genoemde functionaris of het organisatieonderdeel waar de medewerker werkzaam is. 3.. Dienstwoning: woonruimte welke de medewerker in het kader van zijn werkzaamheden verplicht ter bewoning wordt aangeboden; 4.. Berekeningsbasis: bezoldiging in de zin van artikel 3:1 van de CAR/UWO, met dien verstande dat de bezoldiging bij een deeltijd dienstverband herleid wordt tot de bezoldiging, geldende bij een volledig dienstverband.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel