Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 1

Artikel 4

Kamers

Onderdeel van Verordening op de commissie voor de behandeling van bezwaarschriften

1.. De commissie kan kamers instellen die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. 2.. De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3.. Elke kamer bestaat uit drie leden, te weten: een voorzitter, zijnde de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter van de commissie; twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar leden of plaatsvervangend leden. 4.. Indien de voorzitter van de commissie voorzitter is van de kamer, wordt hij in die functie vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de commissie. Indien de plaatsvervangend voorzitter van de commissie voorzitter is van de kamer, wordt hij in die functie vervangen door de voorzitter van de commissie. 5.. De commissie wijst uit haar leden of plaatsvervangend leden voor elk lid, als bedoeld in het derde lid onder b, een plaatsvervanger aan. 6.. De voorzitter van de commissie stelt het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onmiddellijk in kennis van de in het eerste lid bedoelde besluiten. 6.. De kamer kan beslissen, dat de behandeling van een bezwaarschrift door de commissie zal geschieden. 7.. Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel