Recht op een vergoeding uit het Participatiefonds bestaat alleen indien:
Er geen voorliggende voorziening aanwezig is met betrekking tot de kosten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd;
Het inkomen van de aanvrager lager is dan 120% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm;
Het vermogen van de aanvrager, voor zover dat bestaat uit contante middelen en banktegoeden, lager is dan de bedragen genoemd in artikel 34 lid 3 onder a tot en met c van de Participatiewet.