Naar hoofdinhoud
1.. Bij twijfel over het wel of niet instellen van een feitenonderzoek kan de burgemeester besluiten een vooronderzoek te doen om te bepalen of er een feitenonderzoek nodig is. 2.. Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport opgemaakt, dat ter vaststelling wordt voorgelegd aan het seniorenconvent. 3.. Het seniorenconvent bepaalt of het vooronderzoek aanleiding geeft voor een feitenonderzoek. 4.. De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het doen van het vooronderzoek en van de uitkomst van het onderzoek op tijd geïnformeerd. 5.. De melder wordt geïnformeerd als wordt besloten geen feitenonderzoek in te stellen. 6.. Bij het vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging onderneemt de burgemeester actie tegen de melder in de vorm van een feitenonderzoek of een aangifte bij de politie.

Rechtspraak bij dit artikel