In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Budgetbeheer: het geheel van maatregelen om een adequaat beheer van de gemeentelijke budgetten te waarborgen.
Budget: een taakstelling tot uitdrukking komend in inkomsten respectievelijk uitgaven verbonden aan een beheersproduct, kostenplaats of een investering. Tot het budget wordt tevens gerekend het realiseren van de hieraan verbonden kwaliteit en prestaties.
Budgethouder: de ambtenaar die bevoegd is uitgaven en inkomsten voor akkoord te verklaren ten laste of ten gunste van een budget.
Deelbudgethouder: de ambtenaar die onder verantwoordelijkheid van de afdelingsmanager bevoegd is om voor een onderdeel van diens budgetbevoegdheid uitgaven en inkomsten met een maximum van €100.000 voor akkoord te verklaren ten laste of ten gunste van een budget.
Budgetoverdracht: het horizontaal overdragen van budget aan een andere afdeling.
Budgetsubstitutie: het aanwenden van een meevaller op een onderdeel van een budget voor een overschrijding op een budget van een ander beheersproduct.