**1..** De medewerker beseft zich dat hij/zij onderdeel is van de overheid. Hij/zij dient het algemeen belang en probeert met het handelen het vertrouwen in de overheid te versterken.
**2..** De medewerker houdt zich aan de wettelijke voorschriften en aan algemeen aanvaarde gedragsregels. Hij/zij treedt correct op tegen burgers en bedrijven, discrimineert niet en verleent geen voorkeursbehandelingen.
**3..** De medewerker voert zijn/haar werk op een professionele manier uit en geeft de ambtelijke leiding en het bestuur juiste, relevante en volledige informatie. Situaties waarin hij/zij niet volgens professionele normen kan werken stelt hij/zij aan de orde.
**4..** De medewerker gaat respectvol met collega’s om en houdt er rekening mee dat normen en waarden onderling kunnen verschillen.
**5..** De medewerker is aanspreekbaar op zijn/haar gedrag en gaat verantwoord om met middelen van de gemeente (gelden, diensten, goederen, kennis). Hij/zij vermijdt het maken van onnodige kosten, draagt verantwoordelijkheid voor het eigen handelen en kan de keuzes die hij/zij binnen het werk maakt verantwoorden.
**6..** De medewerker ondersteunt de verantwoordelijkheid van de leidinggevende door hem of haar waar nodig te informeren.