In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet : de Wet werk en bijstand, hierna te noemen WWB;
het college : het college van burgemeester en wethouders;
uitkeringsgerechtigde : een persoon die een uitkering heeft in
het kader van de Wet werk en bijstand, de IOAW of de IOAZ, in de
leeftijd van 18 tot 65 jaar;
niet-uitkeringsgerechtigde : een persoon van en 18 jaar en ouder
en jonger dan 65
(nugger) jaar, die als werkloze werkzoekende staat
geregistreerd bij de Centrale organisatie voor Werk en Inkomen
en die geen recht heeft op een uitkering op grond van deze wet
of de Werkloosheidswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehan- dicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheids-
verzekering, de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet beperking
inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheids- criteria, dan wel op
grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en
strekking overeenstemt;
belanghebbende : de in sub c en d genoemde persoon en diegene,
die een uitkering in het kader van de Algemene nabestaandenwet
ontvangt, wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken;
voorziening : een instrument binnen een reïntegratietraject dat
ingezet wordt om belemmeringen bij aanvaarding van algemeen
geaccepteerde arbeid weg te nemen;
algemeen geaccepteerde : arbeid die algemeen maatschappelijk
aanvaard is;
arbeid
vrijstelling : de ontheffing van een verplichting, verbonden aan
de bijstand;
reïntegratietraject : het geheel aan begeleiding en
voorzieningen op arbeidsinschakeling;
trajectplan : een plan opgesteld, gericht op het vergroten van
de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces;
Werkaanvaarding premie : een financiële vergoeding voor het
aanvaarden van arbeid;
Termijn van duurzaamheid : periode waarin belanghebbende door
het aanvaarden van een arbeidsovereenkomst rechten op een
voorliggende voorziening opbouwt.