Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Ambtelijke bijstand/ondersteuning onderzoekscommissie

Onderdeel van Verordening op het onderzoeksrecht van de raad

1.. De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een commissiesecretaris. 2.. De secretaris van de commissie is verantwoordelijk voor alle inhoudelijke en organisatorische activiteiten van de ondersteuning van de commissie en is (indien van toepassing) daartoe belast met het beheer van de gelden, toegestaan in de goedgekeurde begroting. 3.. Zo spoedig mogelijk na instelling van de commissie c.q. vaststelling van de onderzoeksopdracht stelt de voorzitter van de commissie, in overleg met de griffier van de raad en gemeentesecretaris, voor zover een beroep wordt gedaan op zijn ambtelijk apparaat, een concept plan van aanpak op waarin zij in ieder geval aandacht besteden aan: - de uitvoering van de onderzoeksopdracht; - de eerste planning van de uit te voeren taken; - de taakverdeling; - de taak en rol van de voorzitter; - de nadere invulling van de wenselijke ondersteuning, waarbij aandacht wordt besteed aan de wettelijke aansprakelijkheid; - het overleg met de griffier van de gemeenteraad; - de noodzaak van een informatieprotocol; - het al of niet opnemen op een geluidsband van hetgeen is gezegd tijdens de hoorzittingen; - de vertrouwelijkheid van de informatie in de verschillende fasen van het onderzoek; - de contacten met de pers. 4.. De commissie stelt het plan van aanpak vast en brengt het vervolgens ter kennis van de Raad. 5.. Indien de onderzoekscommissie besluit de uitvoering van bepaalde delen van het onderzoek bij derden neer te leggen, vindt deze uitvoering plaats onder haar verantwoordelijkheid. 6.. De verordening ambtelijke bijstand is niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel