Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend besluit, schriftelijk genomen door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde, zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door de burgemeester aangewezen gebied gedurende de tijd die in dat besluit genoemd is.
Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op personen, die in het aangewezen gebied:
zich bevinden in een middel van openbaar vervoer;
aldaar werkzaam zijn dan wel aldaar staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling;
volgens de bevolkingsadministratie aldaar woonachtig zijn.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid is slechts geldig gedurende een in het besluit genoemde periode van ten hoogste 12 weken.
Voor voetbalgerelateerde ordeverstoringen geldt een apart regime. Bij verstoring van de openbare orde in of rondom het Rat Verleghstadion op een wedstrijddag van NAC Breda (of bij een wedstrijd in dit stadion van een andere organisator) kan de burgemeester een stadionomgevingsverbod opleggen (artikel 2.50 APV). Dit is een verbijzondering van het gebiedsverbod. De wijze waarop de burgemeester van deze bevoegdheid gebruik maakt is beschreven in afzonderlijke beleidsregels.
In de artikelen 172a en 172b Gemeentewet (Wet MBVEO) zijn bevelsbevoegdheden opgenomen. Zo kan de burgemeester ook op basis van deze bevoegdheid een gebiedsverbod opleggen. Deze bevoegdheden kunnen worden toegepast bij ernstige of herhaaldelijke overlast waarbij ernstige vrees bestaat voor verdere ordeverstoringen. Deze zwaardere bevelsbevoegdheden zijn aanvullend op de bevoegdheden in artikelen 2.50 en 2.65 APV. In voorkomende gevallen – zoals na een eerste ernstige openbare orde verstoring - kan de burgemeester gebruik maken van deze bevelsbevoegdheden. De wijze waarop de burgemeester deze bevoegdheid toepast is uitgewerkt in aparte beleidsregels.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2:65
Verblijfsontzegging
Onderdeel van Beleidsregel verblijfsontzeggingen Breda 2017