**1..** De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
**2..** Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
**3..** Alvorens het rapport vast te stellen, stellen burgemeester en
wethouders de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis
te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De
toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage
bij het rapport.
**4..** De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
**5..** De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
de vaststelling daarvan openbaar.
Hoofdstuk 4.
Artikel 22.
Het inspectierapport
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen