**1..** Het is verboden te venten:
Op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen of
Op door het college aangewezen dagen en uren.
**2..** Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede lid.
**3..** Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht, positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen niet van toepassing.
**4..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenwet.
**5..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
In artikel 5:18 lid 4 wordt voor het van toepassing het woord niet ingevoerd.
Artikel 5:26 derde lid komt te luiden
**3..** Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:34 wordt voor van toepassing het woord niet toegevoegd.
De bestaande tekst van artikel 6:1 wordt lid 1
Aan artikel 6:1 wordt een tweede lid toegevoegd dat als volgt luidt:
**2..** . In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de artikel 2:10, vijfde lid, 2:11 tweede lid, 2:12 eerste lid en 4:11 eerste lid.
In artikel 6:2 wordt in lid 1 de term milieuwachter vervangen door bijzondere opsporings ambtenaar.
Aan artikel 6:2 wordt een derde lid toegevoegd dat als volgt luidt:
**3..** Onverminderd het eerste en het tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Aan artikel 6:3 wordt een tweede lid toegevoegd dat als volgt luidt:
**2..** De in artikel 6:2 derde lid bedoelde ambtenaren, voor zover zij zijn belast met de opsporing van strafbare feiten zijn bevoegd zonder toestemming van de bewoner in een woning binnen te treden waar een overtreding van een dergelijk strafbaar feit wordt gepleegd of naar hun redelijk vermoeden wordt gepleegd.
Artikel 5:15
Ventverbod
Onderdeel van Eerste wijziging van de Algemene Plaatselijke verodening Laarbeek 2013