Naar hoofdinhoud
De toezichthouder BRP ontleent de in lid 2 van dit artikel genoemde bevoegdheden aan hoofdstuk 5 van de Algemene Wet Bestuursrecht. De toezichthouder is in verband met de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 33, bevoegd: met uitzondering van het zonder toestemming van een bewoner betreden van een woning, elke plaats te betreden met inbeslagname van apparatuur (zoals laptop, fotocamera); zich zo nodig toegang verschaffen met behulp van de sterke arm; zich te laten vergezellen door personen die door hem zijn aangewezen; inlichtingen te vorderen; inzage te vorderen van een identiteitsbewijs; zakelijke gegevens te vorderen, kopieën te maken of documenten mee te nemen om te kopiëren; onderzoek te doen; rapport op te maken ter zake een geconstateerde overtreding van de bepalingen van de Wet BRP, als genoemd in artikel 33.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel