Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Waddinxveen 2016

1.. Het college verstrekt in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet een pgb. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De hoogte van een pgb: wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. 4.. Het tarief zoals vermeld in dit artikel, is een all-in tarief. Dat wil zeggen dat alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in dit tarief. 5.. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering; hulp bij het huishouden, individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf bedraagt maximaal 75% ten opzichte van de maatwerkvoorziening in natura als de ondersteuning wordt geleverd door een professionele aanbieder en maximaal € 20,00 per uur, dagdeel of etmaal als de ondersteuning wordt geleverd door iemand vanuit het sociale netwerk of een niet-professionele aanbieder. als uitzondering op sub b geldt dat het pgb voor hulp bij het huishouden bij inzet van het sociale netwerk of een niet-professionele aanbieder gelijk is aan het minimumloon + 20%. vervoer naar dagbesteding bedraagt maximaal 75% ten opzichte van de maatwerkvoorziening in natura als de ondersteuning wordt geleverd door een professionele aanbieder. Als dit vervoer wordt geleverd door iemand vanuit het sociale netwerk dan bedraagt dit maximaal het tarief voor vervoer naar dagbesteding en geldt geen opslag voor een eventuele rolstoel. 6.. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb voor een specifieke maatwerkvoorziening wordt vastgesteld. 7.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan onder de volgende voorwaarden een maatwerkvoorziening betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk: deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn diensten vergelijkbaar met het bruto uurloon conform de Wet Minimumloon of maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners; tussenpersonen of belangenbehartigers worden niet uit het pgb betaald. 8.. Het college stelt nadere kwaliteitseisen op ten aanzien van de persoon uit het sociaal netwerk die de ondersteuning levert en ten aanzien van de ondersteuning die door de persoon uit het sociaal netwerk wordt geleverd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel