**1..** Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag
redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing
had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in
aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot
zelfredzaamheid of participatie.
**2..** Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening:
indien de cliënt geen ingezetene is;
voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp,
met mantelzorg, met hulp van andere personen uit zijn sociaal
netwerk in staat is tot zelfredzaamheid of participatie, of met
gebruikmaking van algemene, algemeen gebruikelijke voorzieningen
of andere voorzieningen de beperkingen kan wegnemen;
indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen
gebruikelijk is;
indien de voorziening niet langdurig noodzakelijk is;
indien de situatie van de cliënt niet (goed) kan worden
beoordeeld doordat hij niet voldoet aan de medewerkingsplicht,
bedoeld in artikel 2.3.8, derde lid, van de wet;
in de gevallen, bedoeld in artikel 2.3.5, zesde lid, en 2.3.6,
vijfde lid, van de wet;
indien deze geen passende bijdrage levert aan het realiseren van
een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot
zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen
leefomgeving kan blijven;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die
de belanghebbende vóór het indienen van de aanvraag heeft
gerealiseerd of heeft geaccepteerd, tenzij het college daarvoor
schriftelijk toestemming heeft verleend of tenzij achteraf nog
valt vast te stellen dat de voorziening noodzakelijk was en als
goedkoopste adequate voorziening aan te merken valt;
voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of
regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of
verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de
veroorzaakte kosten , of de eerder verstrekte voorziening niet
langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan
maatschappelijke ondersteuning.
**3..** Het college verstrekt geen woonvoorziening:
voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de
woning gebruikte materialen;
ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen,
ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een
voorziening voor verhuizing en inrichting;
voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het
verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen
van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een
opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke
ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en
inrichting;
indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor
geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de
zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden
voor verhuizing aanwezig is;
indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen
op dat moment meest geschikte woning, tenzij daar vooraf
schriftelijk toestemming is verleend door het college;
als redelijkerwijs uitgegaan kan worden van renovatie.
Artikel 13.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Waddinxveen 2016