Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening forensenbelasting Bronckhorst 2017

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.. Ingeval belastingplichtigen een machtiging tot automatische incasso hebben afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden betaald in tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen een maand later. 3.. In afwijking van het bepaalde in lid 2 geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 6.500,-- dat deze aanslagen moeten worden betaald conform het bepaalde in lid 1 van dit artikel. 4.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel