Naar hoofdinhoud
Doel van het inningsbeleid is het volledig, tijdig en op juiste wijze invorderen van alle openstaande posten van de gemeente, zowel bestuursrechtelijke als privaatrechtelijke. Dit zal geschieden op een zo efficiënt mogelijke wijze waarbij uniformiteit en klantgerichtheid belangrijke nevenaspecten vormen. Om deze doelstelling meetbaar te maken, en van een ambitieniveau te kunnen voorzien, is hierna een aantal uitgangspunten geformuleerd hoe de gemeente Vlaardingen om wil gaan met het innen van vorderingen. De noodzaak tot inning nà de vervaldatum wordt zoveel mogelijk voorkomen; het proces van oplegging van heffingen/facturen wordt hiertoe door budgethouders en de medewerkers efficiënt en effectief georganiseerd en uitgevoerd. Een belangrijk deel van de doeltreffendheid en doelmatigheid van inning wordt beïnvloed door de kwaliteit van het voortraject. Hierbij is van belang dat voldoende duidelijk is wat is overeengekomen zodat bij facturering geen onduidelijkheden meer bestaan. Ook maatregelen als het vóór de dienstverlening factureren en pas uitvoeren van de dienstverlening nadat de factuur is geïnd, verminderen het aantal vorderingen dat de vervaldatum overschrijdt. Het aantal uitstaande vorderingen na de vervaldatum wordt tot een minimum beperkt. Ondanks dit uitgangspunt is het ontstaan van een bepaald volume aan vorderingen ouder dan de vervaldatum, om uiteenlopende redenen, veelal onvermijdelijk. Vandaar dat dit uitgangspunt er op gericht is om het (ontstane) vorderingenbestand adequaat te beheren en om de omvang en ouderdom van dit bestand zo veel mogelijk te verminderen. Dit vergt inspanningen op het gebied van inning, een goede administratieve organisatie en bestandsbeheer. Het tijdig verzenden van aanmaningen en betalingsherinneringen is hier een belangrijk onderdeel van. Vorderingen worden tegen zo laag mogelijke kosten geïnd. Vanuit het vorderingenbestand wordt het feitelijke proces van inning gestart. Er is sprake van efficiënte inning als de uitstaande vorderingen tegen zo laag mogelijke kosten worden geïnd, waarbij de overige uitgangspunten blijven gehandhaafd. Factoren die deze inningskosten beïnvloeden dan wel veroorzaken zijn met name de kwaliteit van het voortraject, de productiviteit per formatieplaats, de doorlooptijd van het inningsproces en het percentage oninbare vorderingen maar ook de afspraken met deurwaarders en incassobureaus. Vorderingen worden zo volledig mogelijk geïnd; de mate en omvang van oninbaarstelling wordt tot een minimum beperkt. Belangrijk uitgangspunt voor een effectief inningsbeleid is het streven naar volledigheid van inning. Als volledige inning niet mogelijk is, geldt het oninbaar stellen van vorderingen als sluitstuk van het inningsproces. De effectiviteit van het inningsbeleid kan mede van deze mate en omvang van oninbaarstelling worden afgeleid. Zowel voor bestuurs- als privaatrechtelijke vorderingen geldt het principe dat elke vordering wordt ingevorderd, maar dat de doelmatigheid daarbij niet uit het oog verloren mag worden. Er zijn diverse manieren om in te vorderen. Sommige manieren zijn echter wettelijk uitgesloten zoals lijfsdwang. Wel is het mogelijk voor de gemeente om beslag te leggen op bijvoorbeeld het loon, de bankrekening, de uitkering en roerende – en onroerende zaken. Behandelings- en betalingstermijnen zijn zowel intern als extern voldoende kenbaar en deze worden maximaal waargemaakt dan wel nageleefd op uniforme wijze. Voor de debiteur dient het voldoende duidelijk te zijn binnen welke termijnen de vordering moet worden voldaan. Ook dienen de behandelings- en betalingstermijnen intern voldoende kenbaar te zijn. De interne kenbaarheid van de termijnen wordt nog nader gespecifieerd door werkprocessen en afspraken met deurwaarders en incassobureaus. Alle beschikbare middelen voor inning worden toegepast Dit uitgangspunt omvat de rode draad van deze notitie. Het benadrukt het uitgangspunt dat in principe alle vorderingen worden geïnd. Vanwege het onderscheid tussen privaatrechtelijke en bestuursrechtelijke vorderingen kan de gemeente bij de inning gebruik maken van zijn specifieke bevoegdheden, maar ook van algemeen civielrechtelijke bevoegdheden. De gemeente is vrij in de keuze van de inningsinstrumenten die zij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de gemeente het wenselijk of noodzakelijk acht van bestuursrechtelijke bevoegdheden over te schakelen op privaatrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet zij dit alleen als het belang van de inning opweegt tegen de belangen van de schuldenaar en eventuele derden.

Rechtspraak bij dit artikel