Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 3.1 genoemde voorzieningen in aanmerking worden gebracht, indien:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen het zelf uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken; of
de aanwezige mantelzorg niet (meer) adequaat kan worden geleverd en het zelf uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken onmogelijk is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.
Recht op hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Diemen 2009